“Everybody is out there, but nobody is at home”

Als klein meisje, wilde ik non worden. Mijn ouders zijn katholiek, maar hebben mij nooit gepusht om naar de kerk te gaan. Dat wilde ik zelf. Sterker nog, ik ging ook zonder mijn ouders naar de kerk. Ik was misdienaar en hield van de rituelen in de kerk. De geur van wierook. Het dragen van de bijbel en het uitdelen van hostie. Ook in mijn slaapkamer had ik mijn eigen rituelen. Ik las mooie verhalen uit de kinderbijbel. Had een bakje met heilig water uit Lourdes waar ik gewichtig een kruisje mee tekende op mijn voorhoofd;)

Ook had ik een favoriete zin die ik vaak in mezelf herhaalde: “Vader, vergeef het hun want ze weten niet wat ze doen.”

Toen ik tiener was, kreeg ik weerstand tegen de kerk. Voor mijn gevoel klopte het niet om zoveel macht en troost buiten mezelf te leggen. Het zorgde er voor dat ik me verloren voelde. Want ergens was het wel een fijn idee van zo’n God met een groter plan.

Toen ik eind 20 was, liep ik in mezelf vast. Als kind had ik iets traumatisch meegemaakt, en ik worstelde daar enorm mee. Ik zocht in mezelf naar vergeving, maar dat lukte mij niet. Ik ging tig keer op retraite, leerde mediteren. Het zinnetje over vergeven bracht me geen rust meer. Maar een alternatief had ik ook niet. Het voelde als niemandsland.

Op een boeddhistische retraite over compassie, deden we een oefening om meer compassie te voelen voor iemand waar je moeite mee had. Het was doodstil in de tempel, op mijn enorme snikken na. Het lukte mij niet. Ik had mezelf zoveel jaar geweld aan gedaan door mezelf en mijn gevoel weg te cijferen. Ik was op.

Een man naast mij nam me toen mee naar buiten. Hij zei: “Om compassie te voelen voor iemand anders, moet je wel eerst compassie voelen voor jezelf.”

Deze man en deze zin hebben mijn leven veranderd. In plaats van mezelf op te offeren en weg te cijferen, ben ik me gaan focussen op mezelf. Langzaam ben ik gaan inzien hoeveel geweld ik mezelf aan deed door voorbij te gaan aan mijn eigen pijn. Ik ben gaan voelen, hoe moeilijk en eng ook. Want wat was ik bang voor mijn verdriet. Ik heb geleerd om in de eerste plaats te zorgen dat het goed gaat met mij. Om het fijn te hebben met mezelf. En dan blijkt er nog genoeg over om aan anderen te geven.

Dit is iets wat ik regelmatig terug zie bij de mensen waar ik mee werk. Deze week kwam het meerdere keren ter sprake. Velen van ons hebben een diep gewortelde overtuiging dat in de eerste plaats voor jezelf zorgen egoïstisch is. Wat kunnen we toch druk zijn met andere pleasen, vaak ten koste van onszelf. Ik ben benieuwd of jij dat ook in jezelf herkent. Er is altijd wel iemand die het zwaarder heeft dan jij. Dus ook al gaat het niet goed met jou, de ander verdient je aandacht meer. Of deze: anderen lijken tig ballen in de lucht te kunnen houden en jij snakt naar rust. Maar omdat anderen dit lijken te kunnen, doe jij jezelf geweld aan om dit ook te doen. Je zet alle zeilen bij en put jezelf uit.

In het boeddhisme is hier een mooie uitspraak over:

“Everybody is out there, but nobody is at home.”

Het lijkt veilig, je vooral richten op anderen. Want daardoor hoef je niet je eigen pijn, onzekerheden en angsten te voelen. Maar leef je dan helemaal? Ben je dan heel? Voel je je dan gezien? Zie je jezelf dan wel echt?

Wat als je al de liefde en aandacht die je aan anderen geeft, eerst aan jezelf gaat geven? Hoe zou dat voelen?

Als je in de eerste plaats goed zorgt voor jezelf, kun je dat wat je over hebt ook echt aan een ander geven. Dat geeft een totaal andere energie.

♡ Hoe voel jij je?
♡ Wat in jou heeft jouw aandacht nodig?
♡ Waar heb jij behoefte aan?
♡ Wat wil je wel doen? En wat niet?
♡ Waar liggen jouw grenzen?
♡ Wat wil jij?

Het is paradoxaal:
Hoe meer liefde en aandacht je geeft aan jezelf, hoe meer pure liefde je uitstraalt naar anderen.

Er zit zoveel onvoorwaardelijke liefde en puurheid in eerlijk aangeven dat je iets niet wilt of kunt. In het uitspreken wat er in jou leeft.

Iets voor een ander overhebben, betekent niet dat je zoveel voor een ander over hebt, dat je jezelf wegcijfert. Het betekent dat je letterlijk iets over hebt. Je vult jezelf met liefde en aandacht. En dat wat je dan over hebt (en geloof me, dat is heel veel) kun je ook echt vanuit je hart aan een ander geven.

Doe deze week deze oefening:
Stel je iedere ochtend voor dat je in een soort van supermarkt staat met een winkelmandje in je hand.
Stel jezelf de vraag:
Waar heb ik vandaag behoefte aan? Wat heb ik nodig?
Stop dat in je fictieve mandje.
Heb je bijvoorbeeld behoefte om vroeg te gaan slapen?
Heb je zin om met een boekje op de bank te kruipen?
Wil je lekker een wandeling maken?
Heb je zin in een appeltaartje?
Wil je een massage?
Het maakt niet uit wat het is, doe minimaal 2 van deze dingen die dag.

De Drops of Heaven lijn die hier bij past is Drops of Love “I love being me”. De etherische geur van bergamot, cananga, honing, patchouli en sinaasappel voeden letterlijk je ziel. Het geeft je een zacht omhulsel van liefde. Rozenkwarts is de edelsteen van onvoorwaardelijke (zelf)liefde. Een mooi symbool voor zelfliefde om als kettinkje te dragen.

Liefs, Yvonne

Bekijk hoe wij omgaan met persoonsgegevens in onze Privacyverklaring.